fbpx
Schrijver Anja
De kerstvlucht
‘Lynn! Ik zeg het nog één keer. Kom naar beneden en trek je schoenen aan!'

Ik sla een van mijn lange blonde vlechten over mijn schouder, terwijl de andere boven mijn puzzel bungelt en een paar stukjes van tafel zwiept. 'Ik kom eraaaan!' roep ik zonder op te kijken. Ik pak een van de gevallen stukjes op van de grond. Ha! Die hoort rechtsboven, net voorbij het midden. Nu die andere nog vinden en dan...

De deur van mijn kamer vliegt open en knalt tegen de muur.

'Gaat het vandaag nog gebeuren denk je?' Mama staat met haar armen over elkaar in de deuropening en kijkt me over de rand van haar bril boos aan. 'Naar beneden. Nu!'

Zonder iets te zeggen laat ik me van mijn stoel glijden. Ik pruil mijn onderlip zo ver als ik kan naar voren en laat mijn schouders hangen, maar het doet mama niets. Met tegenzin loop ik de trap af. De treden zijn nog best hoog, dus met mijn rechterhand omklem ik de houten trapleuning terwijl ik behoedzaam tree voor tree naar beneden stap. Mama haalt me links in. Waarom moet alles zo snel, vraag ik me af.

'Doe je laarzen maar aan, het heeft gesneeuwd'.

Ze zet mijn plastic roze laarzen met neppe witte schapenvachtvulling onder aan de trap. Op de laatste tree blijf ik staan. Ik zak door m'n knieën en blijf even aan mijn rechterhand bungelen aan de leuning. Dan plof ik met mijn kont op de tree en trek een voor een mijn laarzen aan. Ik sta op en stop mijn armen in mijn jas terwijl mama die voor mij vasthoudt. Met haar handen op mijn schouders draait ze me om, ritst mijn jas dicht en knoopt mijn sjaal om.

'Niet zo strak!'

'Anders vat je kou.'

Zucht. Mama's weten het altijd beter. Als ik ook mijn wanten aan heb doet ze de deur open en stap ik naar buiten. Terwijl mama achter mij de voordeur op slot doet, hups ik van mijn ene op mijn andere been. De tegels in de voortuin zijn eigenlijk te klein om goed op te kunnen hinkelen, maar als ik alleen met mijn tenen de grond aanraak lukt het wel.

'Kom', zegt mama. Ze pakt mijn hand en samen lopen we in de richting van het winkelcentrum.

'Mama, wat gaan we eigenlijk doen?'

'Kerstinkopen, liefie. Die rode kerstballen van vorig jaar ben ik zat. Dit jaar wil ik paarse, dus ik hoop dat ze die hebben op de kerstmarkt.'

'Hebben ze ook zuurstokken? Van die rood met witte, met zo'n boogje aan de bovenkant?'

'Vast wel, maar daar komen we niet voor, Lynn. Je hebt al genoeg gesnoept met Sinterklaas.'

'Ja maar mama, die zijn toch lekker?'

'Oh Lynn, bespaar me je geneuzel.'

'En is de kerstman er ook? En de rendieren?'

'Misschien wel, maar dat weet ik niet zeker.'

'Mag ik dan met hem op de foto?'

'Als hij er is wel.'

We stappen flink door in de sneeuw. Het is gelukkig niet ver. Al snel zie ik de houten kramen in de vorm van huisjes, met lampjes aan de daken en hier en daar omhoogkringelende rook.

'Oh mama! Wat is dat?' Ik laat mama's hand los en sta verwonderd te kijken naar de kraam waar een vrouw met een rood schort in een grote zwarte pan staat te roeren.

'Dat ruikt lekker hè? Daar zit het beslag in waar ze poffertjes van gaat bakken.'

Ik kijk op naar mama. 'Mag ik die?'

'Later, voordat we naar huis gaan. Eerst de kerstballen.'

Samen lopen we verder, maar de zoete geur van gesmolten boter en warme poedersuiker is té lekker. Terwijl mijn stappen steeds kleiner worden blijf ik achterom kijken naar de grote bakplaat vol met deuken. De vrouw erachter lacht vriendelijk naar me en wijst voor mij uit. 'Blijf bij je moeder!'

Ik draai me om, kijk in de richting waar ze heen wijst en verslik me in een hap zoete warme lucht. 'Mama?' Mijn ogen schieten verwilderd langs de mensenmassa. Ik zie nog net haar blauwe sjaal achter een meneer met twee volgepropte tassen verdwijnen. 'Mama! Mama!' roep ik zo hard als ik kan. Grote tranen springen uit mijn ogen. Met mijn armen sla ik een paar spijkerbroeken en een skibroek aan de kant als ik begin te rennen. 'Mama!' Steeds sneller en sneller zet ik mijn voeten voor elkaar. Mijn vlechten zwiepen verwilderd om mijn hoofd als ik afwisselend naar links en naar rechts kijk. 'Mamaaaa!'

Dan ineens lig ik op de grond. Met mijn ogen dicht wrijf ik met een want over mijn hoofd. Een botsing met iets zacht heeft me doen vallen. De dikke buik van de meneer met de tassen misschien? Er kriebelt iets harigs over mijn wang. Van schrik trek ik mijn schouders zo ver mogelijk naar mijn oren en knijp mijn ogen dicht. Na een zachte por in mijn zij gluur ik voorzichtig een klein beetje door mijn linkeroog. Een stroom koude lucht bevriest mijn keel als ik naar adem hap. 'Ru-Rudolf?'

Hij duwt zijn rode neus tegen mijn wang. Het voelt klam, maar gelukkig niet snotterig. Zijn hoef duwt hij nog een keer in mijn zij. Nog een beetje draaierig pak ik met twee handen zijn gewei vast en trek mezelf omhoog om te gaan staan. Maar net voordat ik sta slingert Rudolf zijn hoofd opzij en vlieg ik opnieuw door de lucht. Zo hard als ik kan knijp ik zijn gewei tussen mijn handen. 'Ik hou het niet meer!' Mijn handen glippen los, ik vlieg door de lucht en beland op Rudolf zijn rug. Een 'wow' ontglipt uit mijn mond. Ik voel de krachtige afzet van zijn achterpoten en voordat ik het goed en wel besef vliegen we door de lucht. De wind loeit langs mijn oren en blaast de tranen van mijn gezicht. Achter me worden de houten huisjes steeds kleiner. Het geroezemoes dempt. Ik sla mijn armen om de bruine, zachte hals van het rendier en leg mijn wang er tegenaan, alsof ik hem knuffel. Hij voelt heerlijk warm. Ver boven de markt draait hij om galoppeert in een rustig tempo terug richting de lampjes. Ik tuur in de verte en als we dichterbij komen zie ik haar. 'Daar! Daar staat mama!’ Ze bekijkt de ballen en is druk in gesprek met de meneer achter de kraam.

Rudolf duikt naar beneden en even heb ik moeite om mijn evenwicht te bewaren. Dan raken zijn hoeven de grond. Met een schok staat hij stil, achter een grote wand van plastic zeil. Ik slinger een been over zijn nek en laat me aan de andere kant van zijn rug af glijden. Met een paar stappen sta ik naast zijn kop. Ik kijk omhoog. Hij is groot en zijn gewei torent ver boven mij uit. Rudolf snuift en geeft me een zachte maar dingende duw met zijn neus in mijn rug. Ik kijk opzij naar de grote donkere ogen. 'Moet ik die kant op?' vraag ik aarzelend. Hij knikt met zijn hoofd. Ik geef hem een aai over zijn neus, sla nog een keer mijn armen om zijn nek en loop dan in de richting waar hij me heen duwde.

Voorzichtig kijk ik om de hoek van het zeil. De felle lampen aan de andere kant verblinden mijn ogen, maar na een paar keer knipperen wordt het beeld scherp. Ik zie een podium, een arrenslee, rendieren. En de kerstman!

'Ho ho ho! Wie hebben we daar?'

Wijst hij nou naar mij? Ik doe aarzelend een stapje naar voren. En dan nog een en nog een, steeds dichter naar de kerstman toe.

'Kom jij eens op het podium. Ja jij, met je mooie lange vlechten.'

Hij heeft het echt over mij! Met steeds snellere stappen loop ik naar het podium. Ik leg mijn rechterknie op de rand, zet mijn beide handen ernaast en klauter omhoog.

'Hoe heet jij?' vraagt de kerstman.

'L-Lynn...' stamel ik. Mijn kin hangt een beetje naar beneden en met mijn handen achter mijn rug kijk ik met een voorzichtig lachje de kerstman aan.

'Hallo Lynn, heb je een goede reis hiernaartoe gehad?' Hij knipoogt. 'Kom maar naast me zitten, dan kan je moeder een mooie foto van ons maken.' Hij trekt me aan mijn hand de slee in. Met een plof kom ik naast hem op de zachte roodfluwelen bank terecht. Even staar ik naar de kerstman en dan kijk ik om me heen naar de mensen die naar mij en de kerstman kijken. En dan zie ik haar, met een grote kartonnen doos en een boodschappentas aan haar voeten. Met een brede opgeluchte lach zwaait ze naar me. In haar andere hand houdt ze haar telefoon voor zich uitgestoken.

'Lachen naar de foto, liefie!'

 

 
Reageer
Lauke
23/12/2018 at 14:41
Reply

Leuk kerst verhaal



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *