Survalio10
Achtergelaten in de storm
Het was een stormachtige avond in Edinburgh. Ik had de verwarming in mijn auto aangedaan en genoot van de vrolijke klanken van popmuziek, terwijl ik wachtte op iemand met de behoefte aan een taxi.

Ik haalde diep adem door mijn neus, inhaleerde de zoete geur van de zak snoep in mijn geopende dashboardkastje en nam een slok water.

De regen had een kalmerend effect op me. Op dit soort avonden genoot ik van mijn baan, ondanks de gladde wegen.

Zacht getik op mijn raam deed me opschrikken. Ik keek opzij en zag een vrouw naar binnen kijken. Ze was drijfnat en aan haar houding te zien wilde zo snel mogelijk naar een plek waar ze comfort kon vinden.

Ik opende mijn raampje en trok mijn wenkbrauwen op.

“Waar kan ik u mee helpen, mejuffer?”

“Durham graag.”

Ik had bijna willen afwijzen, aangezien ik normaal alleen in Edinburgh en omstreken reed, maar de klank in haar stem hield me tegen. Mijn ogen schoten op naar de hare, waardoor ik erachter kwam dat ze huilde. Regendruppels vermengden zich met haar tranen en gaven haar een melancholisch uiterlijk. Desondanks kon ik niet ontkennen dat ze een aangename verschijning was.

Ik haalde diep adem en stapte uit de auto. De kilte van de storm ontnam mij het heerlijke gevoel dat ik net nog had gehad, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Ik was nog niet bij de andere deur toen ik al tot op het bot verkleumd was. Toch kreeg ik het nog voor elkaar haar vriendelijk te gebieden in mijn taxi te stappen en niet als een gek terug te rennen naar mijn deur.

“Heeft u per toeval familie of vrienden in omstreken?” vroeg ik nieuwsgierig, toen ik mijn plaats achter het stuur weer had ingenomen.

“Helaas, meneer, enkel in Durham.”

Hoe zij hier was gekomen en wat ze hier überhaupt deed, was mij een raadsel, maar ik besloot er niet op in te gaan.

“Durham,” herhaalde ik bedenkelijk. Het was een lange rit naar Durham, maar ik kon nog thuis zijn voor mijn oppas zou vertrekken.

Ik klikte op het zwart geworden scherm van mijn TomTom en vroeg haar naar de exacte bestemming. Hier leek ze even over te twijfelen, maar na op haar mobiel gekeken te hebben, wist ze me toch een naam te geven.

“Mijn dochtertje zal zich wel weer beklagen over het feit dat ik er nooit ben op vrijdagavond,” grinnikte ik.

Haar mondhoeken gingen naar beneden. “U bent er nooit op vrijdagavond voor uw dochtertje? Wat vindt uw vrouw daarvan?”

Ik keek haar kort aan, voor ik een snoepje in mijn mond stak en ook haar een aanbood.

Ze glimlachte en nam toen het snoepje uit mijn handen.

“Ik ben gescheiden,” gaf ik toe. “Dus ze is om de week bij haar moeder, maar ze wil er niet altijd heen, zodat we in ieder geval de zaterdagen en zondagen samen zijn.”

“Het spijt me dat te horen.” Haar tranen waren bijna gedroogd en ik nam aan dat mijn verhaal haar van de hare afleidde.

De navigatie had ondertussen een route geladen en ik startte mijn auto.

“Ach, ze is eraan gewend. In de weekenden gaat het verder prima… maar goed, laten we het eens over iets opbeurends hebben!” Ik trapte het gaspedaal in en reed de parkeerplaats af. “We gaan ons immers niet focussen op al wat slecht is, wel?”

Ze was even stil, waaruit ik opmaakte dat ze mijn woorden overdacht.

“Nee, nee dat klopt.” Ze viel weer even stil. “Dat klopt zeker,” sprak ze nu overtuigd.

Ik deed de radio iets zachter zodat we elkaar in ieder geval konden verstaan, maar al snel deed ze hem weer harder.

“Ik vond het gezellig,” verklaarde ze met een lach.

Ik keek kort naast me, en voegde me toen achter een vrachtwagen, waarna ik glimlachte. Het gebeurde niet vaak dat ik gezellige passagiers had.

“Wat is uw naam?”

“Raymont,” zei ik, zonder mijn ogen van de amper zichtbare weg te halen. “Raymont met een t.”

Ze giechelde. Het viel me op dat ze veel lachte, al had ze net nog gehuild. Niet dat ik het erg vond, maar ik wilde niet dat ze haar gevoelens onderdrukte voor de rest van de reis.

Ach, dacht ik daarom, als ze echt iets kwijt wil hoor ik het wel.

“Maylinn, met een y.”

“Wel Maylinn, als ik u zo mag noemen, vanwaar het uitstapje naar Edinburgh?”

Toen het stil bleef naast me was ik even bang dat ik te geïnteresseerd was geweest, maar al snel hoorde ik een zucht.

“Ik probeerde in contact te komen met een een familielid van me, maar goed, hij was niet aanspreekbaar.”

Ongetwijfeld was er meer gebeurd, maar ik knikte en vertelde dat ik het jammer vond dat te horen.

“In ieder geval, nu verpest ik het alweer, maar ik heb ook leuke dingen gezien in Edinburgh! Zo heb ik bijvoorbeeld even een bezoekje gebracht aan Edinburgh Castle en ben ik samen met een achterneef naar de Royal Mile geweest.”

“Dat zijn zeker aanraders,” lachte ik. “Ik ben daar wel eens geweest met de buurtvereniging. Het is echt een magnifiek beeld. Ik denk dat ik mijn dochtertje volgend jaar maar eens meeneem.”

“Zeker doen.”

De stilte viel weer, maar duurde niet heel lang, omdat Maylinn besloot te gaan zingen. Ik kreeg een glimlach rond mijn lippen en kreeg spontaan zin om harder te gaan rijden, maar besloot dat ik mijn baan niet op het spel wilde zetten.

Het liedje was voorbij.

“Klinkt goed,” complimenteerde ik. In mijn ooghoek kon ik haar verlegen zien glimlachen, wat ik niet achter haar had gezocht.

 

Onderweg moest ik tanken. Het station was niet overdekt en ik deed er dan ook even over om daadwerkelijk uit te stappen, wat tot zichtbare amusatie bij Maylinn leidde.

Een half uur later reden we Durham binnen.

Maylinn en ik hadden niet veel meer gesproken, omdat ik meer had geluisterd naar de zachte klanken van haar zang, maar dat betekende niet dat ik het niet prima naar mijn zin had.

Durham was een prima plaatsje. In mijn ogen was het iets te klein, maar ik wist zeker dat ik me er prima kon vermaken. Naar ik had gehoord was er genoeg te doen.

“We zijn er bijna,” zuchtte ze. Ik keek haar kort aan en knikte toen. “Het is bijna jammer afscheid van u te nemen.”

Ik glimlachte. “Dat is insgelijks, Maylinn.”

Ik reed door een grote straat in en kwam terecht bij de plek waar de TomTom mij had gebracht.

“Is dit waar u moest zijn?” Ik keek om me heen en liet me verwonderen door de prachtige lichten die opgehangen waren voor Kerst. Maylinn knikte en overhandigde mij mijn geld.

“Bedankt. Doe uw dochtertje de groeten.” Ze schonk me een laatste glimlach.

“Zal ik doen. Ik wens u nog een fijne avond.”

“Rij voorzichtig.” Ze deed de deur dicht en rende naar het hotel. Ik keek haar kort na en zag dat ze nog eenmaal haar hand opstak.

Ik zwaaide en graaide met mijn hand in de zak snoepjes. Daar ontwaarde ik een papiertje die er eerder nog niet was geweest. Ik hield het in het licht van mijn leeslampje en kreeg ditmaal zelf een glimlach van oor tot oor. Ze had haar telefoonnummer achtergelaten.

Ik keek nog een keer naar de draaideuren en het briefje deed ik in mijn zak, waarna ik met een vergenoegd gevoel terugreed naar Edinburgh.
Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *