Lianne Reijntjes
Stilte na de storm
‘Julia! Hé Julia!’

Ik doe net alsof ik het geroep van mijn vervelende collega Hannie niet hoor en blijf strak voor me uitkijken.

‘Ah, daar ben je,’ zegt ze en komt op me afgelopen. ‘Zou jij mij en mijn cliënt zometeen koffie willen brengen in mijn kantoor?’

Nee trut, ik ben je slaaf niet. Maar toch lach ik mijn allerliefste nepglimlach. ‘Ja hoor, komt eraan.’

‘En zou je terwijl wij bezig zijn de stapel keukencatalogussen weer terug in de kast willen leggen?’

Kon je dat, in de tijd dat je op Facebook de foto’s van je kleindochter aan het checken was niet gewoon zelf? Natuurlijk zeg ik dat weer niet en blijf lachen. ‘Ja hoor.’

Zonder bedankt of iets in die trant te zeggen loopt ze met een wat jongere, niet onknappe man haar kantoor binnen. Die wilde ík als cliënt hebben. Niet die chagrijnige echtparen in hun midlife crisis die hun huis willen herinrichten omdat ze iets te doen willen hebben sinds hun kinderen het huis uit zijn.

Als ze haar kantoor binnen is gelopen zucht ik diep en ben ik blij dat ik even van Hannies commanderen verlost ben. Helaas is dat stilte voor de storm, want zodra ze klaar is komt ze weer met onbenullige klusjes die ze net zo goed zelf kan doen. Ze meent dat ze de baas is in dit pand, omdat ze de oudste en ook de langstwerkende werknemer is. Maar het gekke is dat ze alleen mij commandeert.

Begrijp me niet verkeerd, werken in de keukenwinkel is heel erg leuk, als je Hannie en de muggenzifterige echtparen dan niet meetelt. Ik krijg ook heel leuke en dankbare cliënten.

Ik sta op en loop naar het koffiezetapparaat, om mijn vervelende collega en die knappe keukencliënt van een kop koffie te voorzien. Als ik het kantoor binnenloop met een dienblad, merk ik meteen dat Hannie me dwingend aankijkt. ‘Julia,’ begint ze weer. ‘Zou jij misschien de planten nog water willen geven en de vuilnisbakken willen legen? Is wel zo lekker als dat gebeurd is op vrijdagmiddag.’

Die stomme trut. Ze weet dat ik niet zomaar nee kan zeggen als er een cliënt bij zit, dus nu schuift ze weer eens heel subtiel haar rotklusjes op mij. Zodat ik mijn taken moet doen en die van haar nog eens extra erbij krijg, en die voor het einde van de dag af moet zien te hebben.

‘Ja,’ geef ik als kortaf antwoord en draai me in het voorbijgaan zo om dat mijn oog op haar lekkere cliënt valt. Hij heeft zwarte krullen en erg mooie, blauwe ogen achter zijn bril. Volgens mij verdient hij niet verkeerd als hij in zijn eentje een grote keuken aan kan schaffen.

Ik voel dat ik moet blozen en draai me gauw om, maak de deur achter me dicht en begin als een bezetene te ademen. Oké, eerst twee verslagen van mijn eigen cliënten uittypen, dan de Sinterklaasacties op de website zetten, de catalogussen opruimen, alle planten water geven en de vuilnisbakken legen. En o ja, de mailtjes van binnengekomen potentiële klanten beantwoorden en eventueel een afspraak met ze inplannen, anders gaat daar een weekend overheen. Hopelijk zijn dat er niet veel, want het loopt nu al storm in mijn hoofd.

Ik kijk op de grote wandklok aan de muur rechts van me die aangeeft dat ik nog precies drie uur en twintig minuten de tijd heb om al die taken te volbrengen. Oké, aan de slag.

Na drie kwartier zit ik nog achter mijn computer voor mijn eigen taken en ben ik nog niet eens aan die van Hannie begonnen. Ik voel mijn hart als een razende tekeer gaan en mijn vingers tikken als op hol geslagen drumstokjes op het toetsenbord. Ik moet alles afkrijgen. Ik gá alles afkrijgen.

Meteen hoor ik de deur van het kantoor open en dichtgaan. Nee hè, is Hannie nu al klaar? Aan de andere kant, dan kan ik wel nog een blik werpen op meneer Knappe Keukencliënt.

‘Nou mooi,’ begint Hannie met haar zoete stem die ze nooit tegen mij gebruikt. ‘Ik stuur u een verslag van dit gesprek en de plattegrond van de keuken zoals die eruit komt te zien in uw woning.’

‘Fijn,’ knikt meneer Knappe Keukencliënt met een tevreden lachje.

‘Fijn,’ herhaalt Hannie en geeft hem een hand. O, ik wil hem ook een hand geven! ‘Bedankt voor uw tijd, en u hoort vandaag nog van ons.’

Mijn hart begint zo snel te bonzen dat hij bijna uit mijn borstkas springt. Vandaag nog? Bedoelt ze…

‘Julia, zou jij dit dossier nog even mee willen nemen, samen met die anderen? Dan krijgt meneer Bosman zijn keukenidee vandaag nog binnen.’

Ja dus. Mijn blik valt op mijn computerscherm en alle cijfers en tekens dansen ineens voor mijn ogen. Ik doe mijn ogen dicht en begin net zo hevig uit te ademen als toen ik haar kantoor verliet, en kan niet helder meer nadenken. Het voelt alsof de stekker van mijn brein kortsluiting heeft gemaakt. Twee seconden lang voel ik een woeste storm van alle taken die ik altijd op mijn bordje krijg door mijn lichaam razen. Daarna open ik mijn ogen, en het enige wat ik nog levend en wel uit mijn mond krijg is: ‘Nee.’

Hannies blik verstrakt. ‘Wat nee?’ vraagt ze opdringerig.

‘Nee,’ blijf ik stug volhouden. Wauw, wat voelt dat goed. Ik sta zelfs op van mijn stoel. ‘Dat ga ik niet doen. Dit is niet mijn cliënt, maar die van jou. Ik heb al taken genoeg los van al die andere taken die jij me opdraagt te doen. Je hebt gewoon dezelfde functie als ik, dus dat kun je goed zelf.’

Ik sta versteld van mijn eigen, assertieve toon en mijn felle blik die ik op haar gericht heb. Van die commanderende, vervelende vrouw is niets meer over. Zo op haar tenen getrapt heb ik haar nog nooit gezien. Ik begin te glimlachen en pak mijn tas van mijn bureaustoel. ‘Zo, ik heb mijn taken voor vandaag gedaan. Prettig weekend.’

Ik loop weg zonder op of om te kijken en voel de rust in mijn lijf terugkeren bij elke stap die ik verder van Hannie en van dat hele keukenkantoor vandaan zet.

‘Julia?’ hoor ik ineens mijn naam achter me roepen, maar het is gelukkig niet die van Hannie, maar van een man.

Ik draai me om en voel een grote adrenalinestoot in mijn lichaam vrijkomen als ik meneer Knappe Keukencliënt… eh, meneer Bosman, naar me toe zie rennen. ‘Ja?’ krijg ik er benauwd uit.

Hij komt voor me tot stilstand en begint ongelovig te lachen. ‘Hoi! Sorry dat ik je achterna liep, ik wilde je alleen even zeggen dat je dat heel goed hebt gedaan.’

Heeft hij dat gehoord? O natuurlijk, hij stond ernaast. Verlegen sla ik mijn ogen neer. ‘Dank je.’

‘Wat een draak. Dat vond ik al toen ze je die koffie liet brengen en je daarna nog meer van die kutklusjes gaf. Gelukkig heb je er iets van gezegd. Ik zou jou veel liever hebben als mijn keukenadviseur.’ Meneer Bosman laat een glimlach zien en ineens voel ik de storm in mijn binnenste weer aanwaaien, maar dit keer word ik er niet moedeloos of ongelukkig van, maar opgetogen en heel enthousiast.

‘Sorry, wat onbeleefd. Ik ben Thomas,’ zegt hij erachteraan en steekt zijn hand uit.

O yes, ik mag alsnog zijn hand schudden! ‘Aangenaam,’ zeg ik breed lachend als hij mijn hand beetpakt. En om ook aan deze storm in mijn lijf gehoor te geven, zeg ik erachteraan: ‘En, was jij nu ook van plan om het weekend in te gaan luiden? Mij leek dat wel leuk met een hapje en een drankje, wat jij?’

Thomas’ ogen twinkelen en hij laat mijn hand niet los. ‘Daar ben ik helemaal voor in.’

 
Reageer
Jaimie Pisonier
23/11/2018 at 20:26
Reply

Eind goed, al goed. 🙂



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *