Sandra Ringoot
Storm in de schuddebol
Ze stond op de toppen van haar tenen als ze met haar hebberige vingertjes de schuddebol van de kast graaide. Een glimlach verscheen op haar engelachtig gezicht. Ze draaide haar hoofd een beetje schuin en een blonde lok bengelde snoezig voor haar linkeroog. Het verhinderde haar niet om nieuwsgierig naar binnen te gluren. Aan de welving van het glas verscheen een donkere schaduw die dreigend dichterbij kwam. Eerst zag hij een amandelvormig oog, dat wanneer ze knipperde, een prachtige saffierglans onthulde als kristalhelder water dat schittert onder een fluwelen zon. Dan was hij in vervoering door haar wipneus dat geflankeerd werd door talloze sproetjes verdwaald op een onschuldig gezicht. Wie ze ook was, ze was bloedmooi en begeerlijk, maar met één felle beweging zou ze zichzelf wel kunnen omtoveren tot een wildebras. Zijn vertrouwd terrein zou herschapen worden tot chaos door een onaangekondigde storm. Hij was totaal afhankelijk van haar grillen. Als ze bezeten was door de glinsterende vlokjes dan kon de storm nog lang duren. Tergend was het voor hem. Gezeten op zijn bankje voor het kleine huisje met zijn rode dakpannetjes en groene deurtje was hij totaal overgeleverd aan haar grillen. Ging ze haar aandacht focussen op een ander speeltje, dan kon hij gerust zijn. Als ze er zin in had, dan zou zijn middagrust verstoord zijn. Hij zag hoe haar schaduw verdween en plaats ruimde voor de helderheid van de middagzon die zich een weg baande door de gordijnen. Hij liet een zucht van opluchting. Ze was waarschijnlijk weg. Hij stond op en wandelde langs een rij bomen die links van zijn huisje stonden. De glinsterende sneeuwvlokjes kraakten onder zijn voeten. Het was vredig in zijn bol en hij kon het niet laten om een vrolijk deuntje te fluiten. Met zijn handen gevouwen op zijn rug draaide hij achter zijn huisje om. Op dat moment kwam ze terug de kamer binnen, ze kon niet aan de verleiding weerstaan. Ze graaide vliegensvlug de bol van de kast en schudde er heftig mee. De sneeuwvlokjes stoven in het rond als een op hol geslagen storm in hartje winter. Hij hoorde haar klinkende lach botsen tegen de welving van de bol en hij schoot in paniek. Oh jeetje, ze vond het nog leuk ook! Wat had hij nou gedacht, ze was een echte deugniet. Toen de storm gaan liggen was en de flikkering in haar ogen verdween, krabbelde hij recht tussen de bomen en fatsoeneerde hij zijn broek. Hij klopte de laatste vlokjes van zijn broekspijpen en hoofdschuddend wankelde hij een beetje ontdaan naar zijn vertrouwd bankje. Maar als hij heel eerlijk was, dan moest hij toegeven dat hij stiekem fantaseerde dat ze bij hem op het bankje zat voor het huisje met zijn rode dakpannetjes en groen deurtje. Dat ze haar arm om hem sloeg en hem steels kuste met haar zachte lippen. En dat alle glinsterende sneeuwvlokjes zouden wegsmelten door de hartstocht van hun verbonden harten.
Reageer
danielle
12/11/2018 at 15:15
Reply

Wat een leuk en grappig verhaaltje! Het las erg vlot. Tof



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *