Anoniem
Storm in mijn gedachten
Het stormt in mijn hart.

In mijn gedachten. Ik kom ’s ochtends mijn bed niet uit, ik voel me leeg. Sta te dreutelen voor mijn kledingkast, weet niet wat ik moet aantrekken. Dit opgeblazen lichaam voelt niet als het mijne.
Ik hijs mijn benen in een loszittende sportbroek en probeer het plotse, benauwde gevoel van verdriet te negeren. Het blijft steken in mijn keel en ik krijg het er warm van.
Snel loop ik naar de keuken.

Het stormt in mijn hart.

Ik staar door het keukenraam terwijl mijn vingers het glas afspoelen en dan vullen met ijskoud water. Met het koude glas aan mijn lippen tuur ik naar buiten, naar de storm die onverminderd doorraast. Het onverlichte bos aan de rand van mijn huis ziet er onheilspellend uit. Het licht van de antieken lantaarnpaal die Alex nog geen twee jaar geleden heeft geplaatst, flikkert doordat takken er constant langs wapperen. Het geeft voldoende licht om de bomen die langs het bospad staan, woest te zien bewegen. Van links naar rechts, wilder en wilder.
De oude ik zou dat doodeng vinden. De oude ik zou nu al aan de telefoon zitten met mijn vader. De oude ik zou niet graag in een bos willen wonen. Toch verhuisde de oude ik hierheen. Waarom? Omdat de oude ik is verdwaald.

Het stormt in mijn hart.

Ik sla het water in een teug naar binnen en zet dan het lege glas in de gootsteen. Het drukkende gevoel in mijn keel verdwijnt en ik spreid mijn vingers voor me uit. Nee, ze trillen niet meer zo. Ik neem plaats achter mijn computer en het scherm wordt opnieuw verlicht. Een lege keuken. Nee, dé keuken, die voor mij al eigen voelt. Ik tuur naar het scherm en trek ondertussen een peuk uit het halfvolle pakje Marlboro. Het is bijna zeven uur, dus Alex is nog niet thuis. Met de sigaret tussen mijn lippen loop ik terug naar de keuken op zoek naar een aansteker. Ik vind hem naast het fornuis. Die eerste hijs is altijd de lekkerste. Diep, smaakvol, nooit een teleurstelling. Ik pak een volle zak chips uit de kast en trek hem open. De gekruide geur van paprikachips komt me tegemoet. Nadat ik mijn sigaret kort aftik in de wasbak, tuur ik nog even naar het donkere bos en pak dan een flesje bier uit de koelkast. Dan hoor ik het geluid.

Het stormt in mijn hart

Snel neem ik opnieuw plaats achter de computer en zie hoe de vrouw door de keuken banjert. In haar rechterhand heeft ze een volle boodschappentas, met de linker houdt ze een mobieltje tegen haar oor. Ze lacht en het geluid lijkt door de camera te trillen. Recht in mijn woonkamer. Een beschimping van mijn eenzaamheid. Ik pak een handvol chips, stop ze allemaal in mijn mond en veeg de palk van mijn hand af aan mijn broek. Op het scherm volg ik alle bewegingen. De telefoon die op de keukentafel wordt gelegd, de spullen die uit de tas worden gehaald, alles wordt netjes opgeruimd. Een flesje water uit de koelkast, die beheerst in kleine beetjes wordt gedronken. Ik neem een flinke slok bier en steek nog een sigaret aan.

Het stormt in mijn hart

Vandaag precies een jaar geleden om dezelfde tijd, wist ik wel wat ik wilde aantrekken. Verdeed ik geen tijd voor mijn kledigkast. Droeg ik geen sportbroeken, tenzij ik om zes uur ’s ochtends een boswandeling ging maken en rookte ik veel minder. Een sigaretje na het avondeten en een gezelschapsroker op zaterdagavond. Ik vond het heerlijk om onder de mensen te zijn. Nu vind ik het fijn om alleen te zijn. Nu vind ik het fijn om een toeschouwer te zijn.
In de keuken op het scherm staat inmiddels een pan op het vuur. Ik kijk toe hoe de vrouw groenten snijdt. Mijn zak paprikachips is inmiddels leeg en ik overweeg de wokkels te pakken. Dit kan nog wel even duren. De afgelopen weken was Alex er nooit voor achten. Ik sta op en loop naar de keuken. Blik snel naar het zwarte uitzicht.
Alex zei me altijd dat hij het fijn vond hier te wonen. In mijn huis, het huis dat mijn ouders me achterlieten. Maar ik wist wel beter. En het bewijs is zichtbaar op het computerscherm. Een kartonnen doos, gemakkelijk te bespieden.

‘Hai schat, hoe is het?’ Een blikkerige begroeting vanuit de woonkamer.
Mijn lijf verstart.

Het stormt in mijn hart.

Snel pak ik een flesje bier uit de koelkast en schuif de zak wokkels onder mijn arm. Op het scherm zie ik een lege keuken. Hè, waar zijn ze gebleven? Ik wacht en merk pas hoezeer ik wacht, wanneer de vrouw weer de keuken inloopt. Ik hield mijn adem in. Nu blaas ik de lucht langzaam uit. Zij, de vrouw, heet eigenlijk Agnes. Vandaag precies een jaar geleden, was zij een vriendin van me. Het benauwde gevoel van verdriet overvalt me opnieuw en steekt in mijn keel, voordat het naar beneden zakt. Naar mijn beek, mijn lege buik.
Dan komt hij binnen. Alex.

Mijn ogen branden terwijl mijn handen mijn buik omarmen. Ik druk er tegenaan, om mezelf te troosten, om het zeurende verdriet te laten verdwijnen. Alex houdt de baby in zijn armen en wiegt hem zachtjes heen en weer terwijl ik zacht geneurie hoor.

Het stormt in mijn hart.

In mijn gedachten. Een dubbel gemis. En dit opgeblazen lijf voelt niet als het mijne.
Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *