Morgan Blade
Danse macabre
Het maanlicht viel flauw door de kapotte glas-in-loodramen. Onder mijn schoenen knisperden de vergeten kleurrijke scherven met elke beweging die ik maakte. Gehypnotiseerd keek in naar het fonkelende spoor van glasgruis dat ik achterliet. Het leek wel op feeënstof en stak met zijn kleurenpallet af tegen de duistere, grimmige sfeer van de oude kasteelruïne.
‘Ik was al bang dat je niet meer zou komen.’ De geamuseerde stem deed me uit mijn gedroom ontwaken. Het duurde niet lang voordat ik het lange gestalte wist te spotten dat zich verschool in de schaduwen. Ook al had ik hem pas een week geleden voor het eerst ontmoet, ik wist met zekerheid dat hij het was. ‘Nu ja, ik was niet bang. Het kleine heksje misschien wel. Want wie komt er nu naar een kasteelruïne midden in de nacht van Halloween?’
‘Ik? Bang?’ Mijn lach echode doorheen de brokkelende ruïne. ‘Wanneer je een heks bent, kom je vaak op de meest angstaanjagende plekken. Geloof me, deze plek komt niet eens in mijn top 20.’
‘Weet je het zeker?’ Het gestalte in de schaduwen kwam eindelijk los uit de duisternis en stapte in het licht van de maan. Hij had nog steeds een geamuseerde grijns op zijn lippen spelen waardoor zijn knappe gezicht leek te stralen. In zijn donkere blik glom dan weer een sluimerend vuur dat onheilspellend leek. Toch was ik niet bang. Hij zou me geen pijn doen. Daar zou ik hem nooit de kans tot geven.
Met lange, elegante passen stapte hij naar me toe voor hij zijn armen spreidde. ‘Dit oude kasteel is één van de vele vergeten herinneringen uit de geschiedenis. De mensen die hier ooit woonden, werden overvallen door een bloederige invasie. De weinigen die het overleefden, besloten om hun doden binnen de kasteelmuren te begraven voor ze zelf vertrokken. We staan hier eigenlijk op een luxebegraafplaats.’
‘Nog altijd niet in mijn top 20,’ glimlachte ik, totaal niet onder de indruk. ‘Maar ik ben niet dit hele eind gekomen voor een geschiedenisles. We hadden een deal, weet je nog?’
‘Ah, juist,’ herinnerde hij zich. ‘Jij zou me een levensamulet bezorgen en dan zou ik mijn mond houden over je heksengeheimpje.’ Hij hield zijn hand verwachtingsvol naar me uit.
Met een zucht graaide ik in de verborgen zak van mijn rok en haalde er een rond medaillon uit. De gouden hanger was gedecoreerd met maanstenen die glommen in het licht van hun moeder. ‘Een amulet om de dood op afstand te houden,’ prevelde ik voordat ik het object in zijn hand liet vallen. ‘Al vraag ik me nog steeds af waarom je dat zo graag wilt. Een eeuwig leven lijkt me eerder een vloek dan een zegen.’
‘Misschien wel,’ gaf hij toe en hij hing het amulet veilig om zijn hals. ‘Maar wanneer de dood een nog vreselijkere vloek blijkt te zijn dankzij je bloed, dan is een eeuwig leven nog niet zo slecht.’
Op dat moment sloeg de kerktoren in de verte twaalf keer. Het was eindelijk zo ver: het spookuur van Halloween. Zelf voelde ik hoe de kracht van de maan sterker door mijn aderen begon te vloeien dan voorheen. Een aura van paars licht pulseerde van mijn huid, maar dat was niet waar ik naar keek.
Mijn magische afperser kreeg ook een boost door het spookachtige uur. Zijn donkere ogen kregen een griezelige lichtblauwe, bijna witte kleur. Het licht dat van hem afstraalde nam toe met elke seconde die voorbijgleed. Ik moest mijn ogen uiteindelijk afwenden.
Toen het pure licht doofde, besefte ik na enkele keren knipperen dat we niet langer alleen waren in het vergeten kasteel. In de hoek stond een groepje mensen met een doorzichtige huid die flauw wat licht afgaf. Als ik mijn ogen tot spleetjes kneep, kon ik zelfs de vage vorm van een skelet doorheen hun huid zien. De instrumenten die ze bij zich hadden waren in dezelfde staat als hun bespelers. Ook rondom me werd de zaal gevuld door doorschijnende figuren, elk uitgedost in hun mooiste jurk of kostuum.
Ineens begreep ik waarom hij al die moeite had gedaan om een levensamulet te bemachtigen. ‘Je ben een Geestbezweerder.’
Zijn blik vond plots de grond met de glas-in-loosscherven zeer interessant. ‘Ik ben niet zo’n fan van het ‘bezweerder’ gedoe. Ik bedoel, het is niet alsof ik op een fluit speel waarop de geesten waggelend op de melodie uit een fles komen.’ Een flauwe glimlach lag op zijn lippen toen hij me weer durfde aan te kijken. ‘Zelf noem ik me liever een Geestenbewaarder. Ik help de geesten van de overleden met oversteken naar de Tussenwereld. En soms, op momenten zoals het spookuur van Halloween, dan help ik ze om even terug naar deze wereld te komen.’
‘En daarom ben je bang van de dood,’ mompelde ik. ‘Want wanneer iemand van jouw soort sterft, dan worden ze Magere Heinen.’
‘Ik kan geen levens nemen.’ In zijn ogen kon ik de ongevallen tranen zien glimmen. ‘Nu niet, nooit niet. Het spijt me dat ik je onder druk heb gezet maar… Jij was mijn enige kans om de vloek van mijn bloed voor te blijven.’
Ik zuchtte en wierp mijn armen over elkaar. ‘Excuses aanvaard.’ De opluchting die die twee woorden teweegbrachten, verjoeg meteen de spanning in zijn schouders. ‘Vertel me in het vervolg wel gewoon de waarheid. Ik help graag andere magische wezens in nood.’
Hij nam een kleine stap naar voren en beet op zijn lip. ‘Dus… Ik mag in de toekomst nog je hulp in roepen?’ De ondertoon van hoop die in zijn stem doorklonk was haast grappig om te horen.
‘Natuurlijk,’ antwoordde ik oprecht voordat mijn blik weer over onze omgeving gleed. ‘Al is het maar omdat je best interessante ontmoetingsplaatsen uitkiest.’
‘Over deze plek gesproken…’ Hij knipte met zijn vingers waarop het geestachtige orkest in actie schoot. Rondom ons begonnen de uitgedoste spookkoppels meteen heen en weer te wiegen op de melodie die werd geleid door dwarsfluit en viool. ‘Het maakt eigenlijk deel uit van mijn excuses.’
Met een kinderlijke glimlach boog hij voor me en hield een afwachtende hand naar me uit. Alleen wachtte hij dit keer niet op een magisch amulet. ‘Mag ik deze dans? En degenen daarna ook?’
Zijn enthousiasme was aanstekelijk want ik kon het niet laten om zijn glimlach te weerspiegelen. ‘Alsof ik een bal op Halloween zou afslaan.’
Ik plaatste mijn ene hand in zijn wachtende terwijl mijn andere hand een knus plekje vond op zijn schouder. Zodra zijn vrije hand zachtjes tegen mijn onderrug aandrukte, begeleidde hij me in het eindeloos gedraai van de wals die door de zaal galmde.
Mijn ogen vonden zijn intense, donkere blik. Het smeulende vuur dat eerder in zijn kijkers brandde, was nu ontvlamt tot de liefelijke warmte van een haardvuur. Het was op dat moment dat ik besefte dat deze ietwat macabere dans zou duren totdat de zon de maan weer verdreef. Niet dat ik dat erg vond. Onze handen leken in elkaar te passen als een puzzel en onze voeten wisten perfect waar ze naartoe moesten gaan. Het besef dat ik mijn danspartner voor het leven had gevonden, waste over me in de vorm van een golf aan nieuwe energie.
Stiekem wenste ik dat het geestenorkest nooit zou stoppen met spelen zodat dit moment voor eeuwig zou duren. Het maanlicht scheen plots op het levensamulet rond zijn nek waardoor de kleine maansteentjes samenzwerend naar me leken te knipogen.
Hmm… Misschien was een eeuwig leven toch geen vloek. Toch niet als ik die eeuwigheid kon doorbrengen met hem.
Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *