fbpx
17/01/2019
Schrijftips voor fictieschrijvers, deel 4

Druk aan het schrijven aan je eerste YA, roman of thriller? Mogelijk kun je onderstaande tips gebruiken, ik zet ze namelijk regelmatig in de kantlijn als ik een manuscript redigeer.

 

Struikelmomenten

Laatst struikelde ik halverwege een roman toen een personage blond bleek te zijn terwijl ik me hem – ondanks dat zijn haarkleur tot dan toe niet was beschreven – met zwart haar had voorgesteld.

Om dit soort struikelmomenten te voorkomen kun je als schrijver je personages het best al bij hun introductie kort uiterlijk beschrijven, bijvoorbeeld tersluiks met: […] terwijl hij zijn zonnebril tussen zijn blonde krullen schoof. Of: ‘[…]’ bromde hij vanonder zijn grijze krulsnor.

Is je hoofdpersonage een detective of rechercheur? Dan kun je hem alle ruimte geven om de andere personages te omschrijven: Mark leek me een jaar of dertig, ruim één meter tachtig, kaal maar met een volle zwarte baard, zijn onderarmen vol getatoeëerd tot aan de opgerolde mouwen van zijn rode overhemd.

Andere struikelmomenten: gesprekken die in een rijdende auto of over de telefoon werden gevoerd, waar ik pas achter kwam toen er werd ingeparkeerd of opgehangen, of waarin plots een derde personage iets zegt – waar komt díé ineens vandaan!?

De grootste valpartijen worden echter veroorzaakt door perspectiefbreuk. Kijk je als lezer de ene alinea nog door de ogen van A, lees je in de alinea daarop ineens wat B denkt. Dat kan dus niet. Het perspectief wordt immers gedefinieerd – en daarmee beperkt – door degene die aanschouwt, denkt en ervaart.

Wacht daarom niet te lang met duidelijk maken wie zich waar bevindt, hoe ze eruitzien, wie wie aankijkt (plus hóé) en of ze zitten, staan of liggen. En kies één perspectief per scène.

Tip: om de lezer voor dergelijke struikelpartijen te behoeden kun je een proeflezer of redacteur naar je verhaal laten kijken, vanzelfsprekend voordat je het publiceert.

 

Samenvatten vs. beschrijven

Het bezoek bij zijn ouders was met een sisser afgelopen. Fred had ontkend dat hij van zijn vaders maîtresse op de hoogte was.

Tja… Ik mocht er als lezer blijkbaar niet bij zijn en krijg achteraf de samenvatting te horen. Terwijl dit een beklemmende scène had kunnen opleveren, waarin ik tevens de personages leer kennen:

‘Wist jij ervan, Fred?’ vroeg zijn moeder zonder op te kijken. Ze roerde al zeker een minuut in haar kopje.

Terwijl zijn vader hem met samengeperste lippen aankeek, zei Fred: ‘Nee, mam, natuurlijk niet.’

Nu beklijft het meer omdat de scène:

1) de lezer in het diepe gooit – wát, wáárvan wist hij?

2) in de ónvoltooide tijd is geschreven

3) citaten bevat

4) tevens het nón-verbale beschrijft

5) niet onbelangrijk: het moet nog maar blijken of het met een sisser afloopt.

Kortom: beklijven is beschrijven, niet samenvatten.

 

Wijzigingen bijhouden

Redacteuren gebruiken de Word-functie ‘wijzigingen bijhouden’ zodat je kunt zien wat we hebben gewijzigd. Maar ondanks de handigheid van deze functie, heb ik al een paar keer meegemaakt dat er juist níéuwe fouten door ontstaan.

Dat zit zo. Tijdens het redigeren zet ik vragen en suggesties in de kantlijn, bijvoorbeeld als ik een zin niet snap – bedoel je A of B? Als ik het manuscript dan teruggeef, vraag ik de auteur om ‘wijzigingen bijhouden’ aan te laten staan tijdens het herschrijven, zodat ik daarna enkel de gewijzigde passages hoef te controleren. Maar als alle wijzigingen zichtbaar zijn, wat standaard zo is, zie je zowel de nieuwe woorden als de doorgestreepte en wordt het een warboel op je scherm. Hierdoor kunnen er bijvoorbeeld dubbele woorden of leestekens ontstaan.

Om dit te voorkomen zet je in het Word-menu Controleren het vakje bij ‘Weergeven ter revisie’ (zie plaatje hieronder) op ‘Eenvoudige markering’ (i.p.v. ‘Alle markeringen’), zodat je alleen de uiteindelijke, ‘schone’ tekst ziet. Rode streepjes in de kantlijn geven dan aan waar er iets gewijzigd is, zonder dat je ziet wát. Dat leest en redigeert een stuk prettiger.

 

Citaat- en gedachtenotatie

‘In fictie plaats je citaten tussen enkele aanhalingstekens. Met de komma vóór het afhalingsteken,’ zei hij, ‘evenals de punt.’ Na een slokje koffie voegde hij daar aan toe: ‘De z in “zei hij” is trouwens geen hoofdletter, dit zie ik vaak verkeerd staan.’

Zo dadelijk niet vergeten te vertellen dat je gedachten zónder aanhalingstekens noteert, schoot hem te binnen. Waarna hij zich afvroeg: zal ik er nog aan toevoegen dat gedachten na een dubbelepunt níét beginnen met een hoofdletter, in tegenstelling tot citaten, of blijft er dan voor redacteuren niets meer over om te corrigeren?

‘Zijn er tot dusver vragen?’ vroeg hij, met een vraagteken (zonder komma) voor het afhalingsteken en een kleine v in ‘vroeg’.

 

Volgende maand weer vier tips. Schrijf ze!

 

 

Rob Steijger werkt als freelance redacteur voor uitgevers als Cargo, Boekerij en HarperCollins, waarvoor hij voornamelijk romans en thrillers redigeert. Daarnaast helpt hij regelmatig zelfuitgevende of uitgeverzoekende schrijvers. Zijn website: www.fzeven.nl

 

Anneke
Founder van Get inspired by books, een groot fan van verhalen. Van alle verhalen. Stories are magic
Reageer
Annette
17/01/2019 at 20:15
Reply

Goed artikel! Ik ga mijn manuscript nog even nalopen op de aanhalingstekens, want dat heb ik zo te zien fout gedaan…



    Rob
    18/01/2019 at 10:45
    Reply

    Heel goed, scheelt je redacteur weer werk! 😉

Rob
17/01/2019 at 17:25
Reply

Aanvulling:
Je hoeft overigens niet per se alle personages uiterlijk te beschrijven. Zo wordt de protagonist vaak niet ‘ingekleurd’ als het verhaal in de ik-vorm staat. De lezer kan hem dan zelf inkleuren – een voordeel van boeken ten opzichte van films, want van ‘miscasting’ is dan geen sprake. Let wel, dan mag hij dus niet halverwege alsnog een blonde coupe krijgen, de lezer heeft inmiddels een beeld van hem voor ogen.



Agnes
17/01/2019 at 17:08
Reply

Zeer waardevol artikel. Dank!



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *