fbpx
15/11/2018
Schrijftips voor fictieschrijvers, deel 2

Druk aan het schrijven aan je eerste YA, roman of thriller? Mogelijk kun je onderstaande tips gebruiken, ik zet ze namelijk regelmatig in de kantlijn als ik een manuscript redigeer.

 

Consistente personages

De gehaaide mevrouw de journalist die zich op het strand laat inpakken door de eerste de beste gespierde beach boy? De grofgebekte politiechef die zich nederig verontschuldigt? Het stuk chagrijn dat de stewardess vriendelijk bedankt voor zijn drankje? Dat is geen stijl-, maar karakterbreuk.

Net als in het echte leven kunnen fictieve personages hun zwakke momenten hebben, maar om als schrijver de indruk te vermijden dat je je personages niet door en door kent, dien je hen consequent en vooral authentiek te laten handelen en spreken. Zo voorkom je tevens dat het oppervlakkige (stereo)types worden, of nog erger: dat alle personages op elkaar lijken, doordat ze bijvoorbeeld op dezelfde manier reageren.

Mocht je je personages toch tegenstrijdige of bipolaire trekjes willen meegeven, kun je de lezer aan de hand van de verbaasde of geschokte reacties van ándere personages duidelijk maken dat er inderdaad iets niet in de haak is – zie mijn reacties-tip hierna voor een voorbeeld.

 

Reacties

Onlangs plaatste ik de volgende opmerking in de kantlijn bij een scène waarin een man totaal niet reageert als hij van twee rechercheurs hoort dat zijn buren zijn vermoord, waarop eveneens een reactie uitblijft bij de rechercheurs.

Ik schreef: ‘Na elke gebeurtenis of mededeling lees ik graag een (non-verbale) reactie. Als de man er niet op reageert, zou ik verwachten dat de rechercheurs elkaar even aankijken. Zo weet de lezer hoe hij de situatie – het uitblijven van een reactie bij de man, wat op z’n minst een beetje verdacht is – moet plaatsen.

Dit past dan weer in het Grote Geheime Mechaniek van fictie: het gaat niet zozeer om wat er gebeurt, maar om hoe de personages erop reageren.’

Het is immers fictie: als het de fictieve personages al onberoerd laat, wat kan het de lezer dan nog boeien?

 

Perspectief

Schrijf je in de ik-vorm (zie mijn vertelvorm-tip, in het vorige artikel), dan ligt het perspectief automatisch bij de ik-verteller. Maar in de hij/zij-vorm dien je te laten blijken bij welk personage het perspectief ligt, oftewel, door wiens/wier ogen je de lezer de scène laat ervaren.

De volgende zin plaatst het perspectief bij Marco, die heel graag indruk op Valerie wil maken:

Marco kon zich wel voor zijn kop slaan: geen koffiebonen meer! En hij had Valerie zojuist een latte beloofd ‘zoals je die nog nooit hebt geproefd’.

Zou de zin daarop bijvoorbeeld Valeries ongeduld beschrijven – Ze vroeg zich af wat hij stond te treuzelen – zou ik dit als perspectieffout aanstippen. Het valt namelijk buiten Marco’s perspectief. De lezer kan immers niet op twee plaatsen tegelijk zijn, of anders gezegd, niet in twee hoofden tegelijk.

Wil je vanuit Valeries perspectief vertellen, dien je dit in een volgend hoofdstuk óf na een witregel te doen. Maak de lezer dan zo snel mogelijk duidelijk dat hij nu door Valeries ogen kijkt, en met haar mond proeft:

Hè hè, dat duurde, dacht Valerie toen Marco uit de keuken kwam.

‘Lekker, dank je,’ zei ze. Marco zei niets. Leek zich een beetje ongemakkelijk te voelen.

Ze nam een slokje… en nog een slokje… maar ze proefde niets anders dan warme melk.

Over perspectief valt nog véél meer te vertellen dus als je specifieke vragen hebt, stel ze gerust hieronder!

 

Anekdotes

Laatst corrigeerde ik een autobiografie van een wielrenner en ondanks dat ik niks met die sport heb, zorgden de smeuïge, gênante en openhartige anekdotes ervoor dat de mij tot dan toe onbekende renner tot leven kwam.

Dit geldt eveneens voor fictieve personages: anekdotes brengen hen tot leven. Geen overbodige luxe, lijkt me, bij een verhaal dat je als schrijver deels of volledig uit je duim hebt gezogen.

Zo lees ik in fictie soms samenvattende zinnen als: Vanwege haar vader had ze een woelige jeugd achter de rug. Of: Er volgde een pittige concurrentiestrijd tussen hem en zijn collega. Maar als je dit enigszins wilt laten beklijven, mag je met een woelige of pittige anekdote komen. Beklijven is immers beschrijven, niet samenvatten.

Voorbeelden? Trek een willekeurige Harlan Coben of Stephen King uit de kast en tegen het eind van het boek ken je hun personages beter dan je beste vrienden.

 

Volgende maand weer vier nieuwe fictie-schrijftips. Vragen? Suggesties? Ik lees ze graag hieronder.

 

Rob Steijger werkt als freelance redacteur voor uitgevers als The House of Books, Boekerij en Harper Collins, waarvoor hij voornamelijk romans en thrillers redigeert. Daarnaast helpt hij regelmatig zelfuitgevende of uitgeverzoekende schrijvers.

Website: www.fzeven.nl

 

Anonymous
Reageer
Rob
16/11/2018 at 15:46
Reply

Hoi Agnes. Heb je mijn verteltijd-tip gelezen in mijn vorige blog (http://getinspiredbybooks.nl/blog.php?id=913)? Kun je daar iets mee?
In Zodiac, van Sam Wilson (THB), doet de schrijver iets soortgelijks: twee verhalen in verschillende tijdsbestekken die uiteindelijk samenkomen. Zie ook De winterkinderen, van Lulu Taylor (Boekerij).
Heb ik je vraag zo een beetje beantwoord?
Groet,
Rob



Agnes
16/11/2018 at 11:50
Reply

Hoe kan je t beste omgaan met verschillen in tijd. Bv deel van verhaal speelt zich af in heden en deel bv 40 jaar geleden. Ik vind t leuk om zo te schrijven maar ergens moet t weer bij elkaar komen. Heb je daar tips voor?



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *